TALim start met een programma op school

Zoe Foto Zoe Foto

TALim start met een programma op school

Beringen - Talenten Academie Limburg (TALim) is niet langer alleen een zaterdagschool. Nadat al honderden tieners in Genk, Maasmechelen en Beringen hun talenten ontdekten, trekt het project nu ook naar de basisscholen. De primeur is voor basisschool Straf! in Beringen

Het alarmerend hoge aantal vroegtijdige schoolverlaters in een aantal Limburgse gemeenten, leidde vijf jaar geleden naar de geboorte van TALim. Tal van partners sloegen onder leiding van UHasselt de handen in elkaar om kinderen vanaf het vijfde leerjaar drie jaar lang op zaterdagvoormiddag te laten kennismaken met tal van beroepen en bedrijven. Op die manier kunnen ze hun talenten ontdekken en zo later betere studiekeuzes maken.

Na een start in Genk volgden Beringen (in 2022) en Maasmechelen (in 2024), met telkens 39 leerlingen per jaar. In het voorjaar geraakte echter bekend dat de stad Beringen noodgedwongen een subsidie van 60.000 euro voor TALim moest schrappen. Daardoor moest de zaterdagwerking worden stopgezet, maar zowel het stadsbestuur als TALim ijverden voor een alternatief.

Atelierdagen

In Maasmechelen en Genk blijft de zaterdagwerking wel doorlopen. Maar in Beringen is dat alternatief er nu: het project wordt geïntegreerd in het reguliere basisonderwijs. Na een startdag in september zullen de leerlingen van het vijfde leerjaar in basisschool Straf! hun talenten kunnen ontdekken tijdens acht atelierdagen, verspreid over het schooljaar. “Zo’n atelierdag draait telkens rond een thema, zoals ‘Zorg & Welzijn’ of ‘communicatie 'Techniek & IT’”, zegt Anastasia Loiacono, teamcoördinator bij TALim. “In de voormiddag zijn er workshops, in de namiddag bezoeken we een bedrijf of organisatie. "In de zaterdagwerking doen we hetzelfde, alleen werken we daar drie of vier voormiddagen rond één thema."

“Op deze manier bereiken we meer jongeren zonder extra te investeren”, vult Herman Reynders, voorzitter van TALim. “Bovendien nemen we drempels weg, doordat ouders hun kind niet meer moeten inschrijven of moeten brengen op zaterdag. En daarnaast kunnen we de thema’s nu nog beter linken aan de leerplannen van de school. Een goed voorbeeld is een wiskundeles met breuken, of het concept ‘schaal’. Dat is voor een kind heel abstract. Maar als een architect in de klas met een maquette langskomt, kan dat heel concreet worden.”

“We zijn ontzettend dankbaar met deze kans”, zegt Indra Monten, directeur van basisschool Straf!. “Voor ons als basisschool is het onmogelijk om zoiets zelf te organiseren. Bovendien hopen we dat hieruit blijvende samenwerkingen kunnen ontstaan tussen de school, de bedrijven en de gastdocenten.”

Twintig scholen

Schepen van Onderwijs Ann-Sofie Vanoverstijns is blij met deze oplossing. “TALim is voor ons altijd een fijne partner geweest om samen kansen te creëren voor jongeren. We zijn heel blij dat de werking nu kan blijven doorlopen op Straf! en zijn ervan overtuigd dat het project voor veel leerlingen een mooie manier is om met verschillende beroepen in aanraking te komen en zo hun talenten te ontdekken.”

TALim wil het project op termijn uitrollen in twintig scholen, verspreid over Limburg. Zo laat schepen Anniek Nagels weten dat ook Genk interesse heeft in de schoolwerking van TALim. Na de kerstvakantie wordt er alvast gestart in basisschool De Klimboom in Eisden (Maasmechelen). TALim mikt vooral op scholen met een hoge OKI-score, een graadmeter voor onderwijskansarmoede in de leerlingenpopulatie. Voor dit project haalde TALim de mosterd bij TADA, een gelijkaardige talentenacademie in het Brusselse. TADA startte twee jaar geleden al een project in een Leuvense school en breidt dat weldra uit naar Oostende en Bergen. “De kracht zit vooral in de lokale verankering”, zegt Pieter De Witte van TADA. “Dit project slaat een brug tussen de school, de stad en de bedrijven in de buurt. Dat wordt door alle partijen enorm gewaardeerd.”

TADA was bij het ontstaan van TALim al een inspiratiebron en is dat nu dus opnieuw. “We bekijken momenteel of we in de toekomst nog intenser kunnen samenwerken”, zegt Reynders. Ook De Witte gelooft sterk dat een intensere samenwerking interessant kan zijn. “Al mogen we de lokale verschillen niet uit het oog verliezen. Beringen is Leuven of Genk niet.”